- die bestaan uit tien tot maximaal vijftig volwassenen.
- die een gemeenschap (grote familie) vormen
- die elk een specifieke missie kiezen in de samenleving (doven, ouderen, daklozen, postcodegebied, school etc.)
- die activiteiten organiseren op basis van die missie.
- die samenkomsten houden als groep, meestal op zondagochtend.
- die een naam hebben en een locatie die aansluiten bij de missie.
- met daarbinnen kleinere werkgroepen, zoals gesprek/Bijbelstudiegroepen/gebedsgroepen.
- met dienend leiderschap vanuit min. 3 personen.
- die geen betaalde krachten kennen die vanuit hun functie leidinggeven.
- die de verbinding is tussen meerdere middelgrote groepen waaruit de gemeente bestaat.
- die centrale verantwoordelijkheid draagt voor de groepen en voor hun missies.
- die regelmatig - bijv. één of twee keer per maand - een centrale samenkomst initieert met alle groepen. Een gezamenlijke viering waar ontmoeting, uitwisseling, bemoediging en toerusting plaatsvindt.
- die verantwoordelijk is voor coördinatie en toerusting van de groepen (zie hieronder).
- van waaruit expertise beschikbaar komt voor alle groepen. Denk aan preekschetsen die gebruikt worden voor samenkomsten in groepen, materiaal voor kinderwerk, etc.
- die verantwoordelijk is voor het opleiden, toerusten en ondersteunen van mensen die leiding geven binnen de groepen en het vormen van nieuwe groepen.
- van waaruit financiën centraal worden geregeld en gecontroleerd.
- van waaruit centraal aanbod kan worden georganiseerd, zoals cursussen op het gebied van relaties, opvoeding, kennismaking met het christelijk geloof en activiteiten voor en met jongeren.
- van waaruit evt. betaalde krachten functioneren (predikant/voorganger/priester, opbouwwerker, jeugdwerker).